Achtergrond

INTERVIEW - Het eerste interview met premier Sophie Wilmès: “Ik had maar één levensplan: moeder worden, niet premier”

“Een carrièreplan heb ik nooit gehad. Het enige dat ik in mijn leven bewust heb nagestreefd, was moeder worden.” Anderen streven er hun hele loopbaan naar zonder het ooit te worden, zij is het geworden zonder het te ambiëren: premier. De eerste vrouwelijke bovendien. “Ik ben een precedent voor alle vrouwen.” Maak kennis met Sophie Wilmès (44), madame la première ministre.

 

Negenentwintig minuten en zevenenveertig seconden. Zo kort duren het eerste gesprek en de eerste fotosessie met de opvolgster van Charles Michel. Strikt binnen het toegestane halfuur, want even later wordt ze verwacht in de Kamer, daar waar haar voorganger de jongste maanden te vaak wegbleef. “Het is belangrijk dat ik daar ben.”

Dus vallen er wat vragen weg, zoals die naar haar aandeel in het ontspoorde begrotingstekort. Als minister was Wilmès verantwoordelijk, maar niet noodzakelijk schuldig, als novice tussen vier partijen voor wie een evenwicht bijkomstig was. Maar wat weet u verder nog over Sophie Wilmès? Zelfs de Slimste Mens heeft er het raden naar. Vandaar, bij wijze van introductie: deze speeddate in de Wetstraat 16.

Hoe spreken we u correct aan in uw nieuwe functie?

“Als Sophie, want dat blijf ik, ongeacht die functie. Maar als uw vraag taalkundig van aard was: als madame le premier ministre of madame la première ministre. De twee zijn correct.”

Wat verkiest u zelf?

“Mij maakt het weinig uit, zolang men mij aanspreekt met mevrouw en niet met meneer de eerste minister - de macht der gewoonte, weet u wel. Ik heb een lichte voorkeur voor la première ministre, maar het is niet dat ik me als vrouw minder gerespecteerd voel als men de mannelijke vorm gebruikt. Het is me snel duidelijk geworden hoeveel het voor andere vrouwen betekent dat een vrouw voor het eerst sinds 1830 premier van België is, maar over de aanspreekvorm gaan we niet krampachtig doen.”

Gefeliciteerd, of zijn condoleances meer op hun plaats?

“Waarom? Dit is een eer. Een blijk van vertrouwen. Niets om triest van te worden, toch?”

Omdat dit wel eens een vergiftigd geschenk kon blijken: een minderheidsregering in lopende zaken moeten overnemen waarvan u niet weet wanneer ze afloopt en óf ze ooit nog afloopt. En intussen bent u, zoals meteen al is gebleken, de speelbal van de oppositie. Anders had u niet naar de Kamer gehoeven om die geamendeerde begroting te stemmen.

“Ik beweer dan ook niet dat dit een cadeau is. Dit is een opdracht in moeilijke omstandigheden. Ik ben me zeer bewust van mijn verantwoordelijkheid. En ik ga die invullen met ernst en nauwkeurigheid, zo sereen en zo harmonieus mogelijk. Klinkt dat nuchter? Wel, zo hoort het ook.”

Glimt u stiekem niet een beetje van trots, dan?

“Zo steek ik niet in elkaar. Ik schat dit op zijn juiste waarde in. Ik ben de premier van een minderheidsregering die wat mij betreft liever morgen dan overmorgen wordt vervangen door een volwaardige regering met een volwaardige eerste minister.”

U staat zichzelf geen schouderklopje toe?

“Nee, maar het doet me wel plezier hoe groot de weerklank is die de eerste vrouwelijke premier krijgt. Hoe belangrijk dat kan zijn voor vrouwen in het algemeen, in om het even welke functie die traditioneel mannelijk is. Ik ben een precedent.”

Tegelijk was u bij de MR tweede keuze. Charles Michel wordt Europees president, dus was er een invaller nodig. Maar Didier Reynders wordt Eurocommissaris. De mannen waren eventjes op.

“Hoe negatief kun je het zien? Je hebt mensen die aan alles graag een ‘maar’ toevoegen. Ik voeg er liever een ‘en’ aan toe. Ik sta positief in het leven. Ik lach graag en veel. Maar het klopt: mijn benoeming is het resultaat van een akkoord tussen Charles, Didier, Koen Geens en Alexander De Croo. Vier mannen.”

Uw vader, Philippe Wilmès, is in 2010 overleden. Hij was economieprofessor in Louvain-la-Neuve en oud-kabinetschef van Jean Gol. Had hij dit ooit in zijn dochter vermoed?

“Ik zei u eerder al dat ik deze opdracht vooral als een verantwoordelijkheid beschouw en dat ik dus... Maar nu verlies ik me in een uitleg die mijn emoties moet verbergen. Om eerlijk te zijn: ja, natuurlijk zou hij fier zijn geweest. Thuis aan tafel werd er voortdurend over politiek gepraat, maar als adolescente zei me dat weinig. Let wel, het is niet dat de politiek een late roeping is. Op mijn 25 ben ik ermee begonnen, in Ukkel nog. Ik ben lang een lokale en provinciale politica gebleven. En ik duik - nog altijd, dat zal niet veranderen - niet vaker in de media op dan nodig. Vandaar dat het nu lijkt alsof ik nog vers ben in het vak. Ik ben stap voor stap opgeklommen. Dat heeft mijn vader nog meegemaakt. Maar de versnelling van de jongste jaren, dat dus niet.”

U bent pas parlementslid sinds 2014, bij de vorming van de regering-Michel. Als men u toen had gezegd dat u vandaag premier zou zijn...

"... dan had ik eens gelachen. ‘Nooit’, zou ik gezegd hebben. Ik heb altijd geprobeerd om de dingen grondig te doen op het moment zelf. Nooit heb ik een carrièreplan gehad. Het enige wat ik in mijn leven bewust heb nagestreefd, was moeder worden. Dat ik ooit premier kon worden, daar heb ik zelfs niet bij stilgestaan toen ik in 2015 minister van Begroting werd.”

Als er tien, vijftien jaar geleden werd gegokt op de eerste vrouwelijke premier, viel de naam van Laurette Onkelinx, Joëlle Milquet, Freya Van den Bossche, Inge Vervotte, Annemie Turtelboom ook. Die zijn intussen allemaal van de frontstage verdwenen. En plots staat u daar, een nobele onbekende, zeker voor Vlamingen.

“Politiek is dan ook geen exacte wetenschap. Sinds enkele dagen word ik veel vaker herkend. Vorige week nog was het: ‘Wilmès? C’est qui? Connais pas.’ Maar wat dan nog? Je kunt als misnoegde burger niet tegelijk je beklag maken over altijd weer dezelfde gezichten die zich vastklampen aan hun postjes en dan, als er eens een nieuw gezicht opduikt, zuchten: ‘Waar komt dié nu ineens vandaan? Is die daar wel rijp voor? Kan die dat wel?’”

Goede vraag. Kunt u het?

“De perfectie bestaat niet. Ik ben nederig en bescheiden. Maar ik ben vier jaar minister van Begroting geweest. Dan werk je transversaal, krijg je met ieders bevoegdheden te maken. Ik ben dus goed thuis in alle cijfers en gevoeligheden van de Wetstraat.”

De Nederlandse krant ‘De Telegraaf’ bestond het om naar aanleiding van uw aanstelling de vraag te stellen of een moeder wel premier kan worden. Absurd, denkt deze vader dan.

“Absurd? Ronduit hallucinant is dit. Ik ga daar niet meer woorden aan vuilmaken dan nodig, maar laat het een wake-upcall zijn. Dat men vandaag nog die vraag durft te stellen, toont aan dat sommige denkbeelden moeilijk uit te roeien zijn en logische evoluties nooit voor altijd zijn verworven. We moeten alert blijven.”

Waren uw kinderen blij met uw promotie?

“Het eerste wat ik thuis heb gedaan nadat ik wist dat ik premier zou worden, is het hele gezin rond de tafel zetten: mijn drie dochters van 10, 14 en 16 jaar, mijn stiefzoon van 23 en mijn man. Ze zijn me met zijn allen om de hals gevlogen. En nadien de vraag: ‘Ga je nu nog minder thuis zijn, mama?’ Maar niemand hoeft zich zorgen te maken: natuurlijk zijn het moederschap en het premierschap combineerbaar. Uiteraard.”

U woont in Sint-Genesius-Rode, een Vlaamse faciliteitengemeente met een Franstalige meerderheid. In het schepencollege omschreef uw collega Geertrui Windels, ook bekend als echtgenote van Herman Van Rompuy, u als een pestkop. Bent u zo rabiaat francofoon als u wordt afgeschilderd?

“Helemaal niet. Ik sta op wederzijds respect, ook in taalgebruik. Ik voel dan ook niet de behoefte om te reageren op wat mevrouw Windels beweert. Het is niet waardig. Lees liever wat Anne Sobrie in uw krant over mij zegt, een andere Vlaamse schepen met wie ik jaren goed heb samengewerkt.”

Dat het beeld van de Vlamingenhaatster niet klopt, zegt zij. En dat u samen altijd Nederlands spreekt.

“Voilà. Men vergist zich over onze geweldige gemeente. Alsof Rode te herleiden valt tot een permanent gevecht tussen Franstaligen en Nederlandstaligen. Ach, taal. Ik ben opgegroeid met een open blik. Mijn dochters hebben hun lagere school in het Nederlands gedaan. De oudste twee zitten inmiddels in het secundair, maar krijgen ook nu nog sommige algemene vakken in het Nederlands. De moedertaal van mijn man is Engels, de mijne Frans. Thuis praten we met zijn zessen de drie talen door elkaar, vloeiend zelfs. Wij staan daar niet meer bij stil.”

Uw man is Australiër. Een voormalige Australian footballer. Was hij daar toen bekender dan u tot vorige week bij ons?

“Dat denk ik wel. Chris Stone is de naam. Christopher heeft voor St Kilda gespeeld, een club uit Melbourne. Op het internet vind je al zijn stats meteen terug.”

U zegt dat er haast bij is voor een nieuwe regering. Eigenlijk pleit u dus voor uw eigen snelle overbodigheid.

“Exact. Het land heeft een volwaardige regering nodig. Maar niet zomaar een regering om zomaar wat te doen. België heeft een stevig project nodig waar alle Belgen beter van worden. Helaas, het enige wat ik hoor, zijn veto’s van beide zijden. Dat maakt de dingen nodeloos ingewikkeld. Het is nochtans dringend.”

Wat dringt er? Paars-geel of paars-groen?

“We zullen zien hoe het maandag verdergaat, na het bezoek aan de koning, maar zolang N-VA en PS niet eerst voluit en grondig hebben nagegaan of ze samen tot iets goeds kunnen komen, is elke uitspraak over de kleur van de volgende regering voorbarig. Hoog tijd dat N-VA en PS jusqu’au bout gaan.”

Wie is uw ideale opvolger?

“Hij die... Of is dit een strikvraag? Hij of zij die het vertrouwen geniet van alle partijen in de nieuwe meerderheid.”

Een naam?

“Ha! Als ik zelf al geen carrièreplan heb, wat zou ik dan bezig zijn met de carrière van mijn collega’s? Daar hebben ze mij niet voor nodig, wed ik.”