Einweihung des BRABO-Projekts

*** Rede gehalten am 4. August 2026. Nur das gesprochene Wort gilt.***
 

Meneer de minister-president,
Beste Rob,
Geachte dames en heren,
Het is altijd een genoegen om heuglijke momenten in mijn eigen stad te mogen bijwonen.
Ik wil Rob dan ook van harte verwelkomen in Antwerpen.
Rob is hier thuis, want hij is een Brabander.
Hij is dan wel opgegroeid in Uden, dat in ver vervlogen tijden niet in Brabant lag – zoals nu – maar in het Land van Ravenstein.
Maar hij is geboren in Veghel, dat historisch tot de meierij van ’s-Hertogenbosch behoorde.
Ik ben even gaan grasduinen in de oude Antwerpse costuimen, het gewoonterecht dat hier vroeger heerste.
En voor wie hier een notabele wilde worden, volstond het een “wettig geboren Brabander” te zijn.
Aan dat criterium voldoet Rob dus glansrijk.
Het poorterschap was een tweede voorwaarde, maar dat kon snel geregeld worden door even de beurs te openen.
Een Antwerpse carrière kan dus nog steeds.
Er zijn wel meer geboren Nederlanders die dat wagen.
Om onze huidige, waarnemende burgemeester niet te noemen.
Ik kan het in ieder geval warm aanbevelen.
*
Telkens ik hier ben, denk ik terug aan de gelukkige jaren dat ik hier voltijds burgemeester was. 
En eerlijk: hoe meer tijd ik in Brussel doorbreng, hoe meer dat burgemeesterschap in mijn herinnering een Arcadische tijd van eenvoud en zorgeloosheid wordt, in schril contrast met de hoogspanning van de Wetstraat. 
Geen fatale hoogspanning zoals de 380.000 volt van dit project, maar een variant die evengoed onaangenaam aanvoelt.
De gedachte dat het vroeger beter was, is echter zoals wel vaker het resultaat van een slecht geheugen.
Want toen de uitnodiging om vandaag aanwezig te zijn, in de bus viel, herinnerde ik me plotsklaps dat ik hier al eens in de buurt was geweest.
En daar moest ik toch even de wenkbrauwen bij fronsen.
*
Het zit zo:
Een paar jaar geleden vroeg de Antwerpse brandweer me of ik zin had om nog eens mee te doen aan een grootschalige oefening.
Nu moet u weten dat de oefeningen van brandweer- en politiediensten niet alleen noodzakelijk en zeer nuttig zijn.
Ze zijn ook echt schaamteloos leuk om te doen.
Zo ben ik eens gegijzeld door boeven, scheurde ik met een loeiende combi door druk verkeer, en werd ik in de Schelde gesmeten om als drenkeling gered te worden.
Keer op keer persoonlijke hoogtepunten in mijn agenda.
*
Om mijn aanwezigheid tijdens die dolle excursies goed te praten – je bent in wezen toch maar een soort toerist tussen de vaklui – troostte ik me dan met de gedachte dat mijn bijdrage hopelijk een aantal jonge Antwerpenaren kon inspireren om een carrière bij onze hulpdiensten te overwegen.
Ik hoefde dus nooit na te denken wanneer ik de vraag kreeg of ik mee wilde doen aan een rampoefening.
Het antwoord was altijd volmondig “ja”.
Ook toen de brandweer me vroeg om iets met hun hoogtereddingsteam te doen.
Ik verlekkerde me al op een nieuw avontuur.
Tot ik de briefing onder ogen kreeg.
*
De oefening bleek door te gaan op de nieuwe elektriciteitsmasten van Elia die hier de Scheldeoevers verbinden.
Masten van 192 meter hoog.
De hoogste pylonen in de Benelux…
In de briefing las ik dat zelfs sommige gespecialiseerde Elia-hoogtewerkers zich niet comfortabel voelen om op die hoogte te werken.
Dat was al een eerste alarmbelletje in mijn hoofd.
Maar vooral het zinnetje dat erop volgde, deed me even slikken.
Ik moest me namelijk absoluut geen zorgen maken, want ik was “uiteraard volledig verzekerd”.
Als er nu iets is wat mensen zorgen geeft, dan is het dat soort frases wel.
En toen ik onderaan die enorme pyloon stond, begreep ik helemaal waarom die goede verzekering zo belangrijk was…
*
Dames en heren
Uiteindelijk is alles goed afgelopen.
Al is genieten van het uitzicht er niet bij wanneer je op 140 meter een felle wind langs je voelt razen terwijl je je aan een staak vastklampt. 
Als ik al niet gered moest worden vóór ik aan de beklimming begon, dan zeker wel toen ik daarboven bengelde en neerkeek op de Onze-Lieve-Vrouwetoren van een schamele 123 meter hoog.
Maar gelukkig hebben we voortreffelijke brandweerlieden.
En daardoor kan ik vandaag uit eerste hand getuigen dat de elektriciteitsmasten van uitstekende makelij zijn en dat Elia puik werk heeft geleverd.
*
Mijn iets te nadere kennismaking met het Brabo-project deed me ook iets anders beseffen.
Volgens de Antwerpse sage was Brabo een Romeinse soldaat die de tirannieke reus Antigoon versloeg en diens hand in de Schelde wierp.
Vandaag is Brabo geen reuzendoder meer.
Hij is zelf reus geworden.
Een reus van vooruitgang.
En wie naast die reuzenmasten staat, kan niet anders dan ontzag hebben voor de enorme schaal van dit project.
Er is tien jaar noest aan gewerkt.
Er is zo’n 300 miljoen euro in geïnvesteerd.
In nieuwe en grotere pylonen.
In een uitgebreid ondergronds kabelnetwerk.
In het klaarmaken van ons elektriciteitsnet op de haven van morgen.
Ik wil iedereen die daar de voorbije jaren hard aan heeft gewerkt, van ingenieur tot arbeider, dan ook van harte bedanken.
Want het was nodig.
De Antwerpse haven is het grootste maritiem-industrieel complex van de wereld.
En als we dat willen blijven, moeten we ons voortdurend voorbereiden op de toekomst.
De logistiek en de industrie zijn op grote schaal aan het elektrificeren.
Dat levert grote efficiëntiewinsten op en dus een stijgende productiviteit.
Het zorgt er ook voor dat we de energietransitie versnellen.
Daarom moeten we waken over de betaalbaarheid én de zekerheid van onze energiebevoorrading. 
Onze economische groei en dus onze welvaart zijn daar één op één mee verbonden.
Dit Brabo-project is dan ook een verwezenlijking van algemeen belang.
Het is een schakel in de opwaardering van onze energie-infrastructuur.
Er liggen uiteraard nog belangrijke schakels op de plank, zowel in het noorden als in het zuiden van dit land.
Maar het Brabo-project is een cruciale schakel om dit land nog meer op de kaart te zetten als een betrouwbaar energieknooppunt in Europa.
*
Dames en heren
Dat brengt me naadloos bij een ander onderwerp dat me nauw aan het hart ligt.
Ons energienet is niet alleen belangrijk voor onze haven en onze industrie.
Het is ook een wezenlijk onderdeel van onze strategische autonomie.
De geopolitieke sterren staan niet bijster gunstig, zoals u weet.
Reden te meer om onze kritieke infrastructuur te beschermen én ze dieper te integreren binnen Europa.
En welke samenwerking is daarvoor meer evident dan die tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden?
De reuzenpylonen die de Scheldeoevers met elkaar verbinden, zijn daar een bijzonder symbolische plek voor.
Want de forten van Lillo en Liefkenshoek die hier liggen, zijn eeuwenlang een barrière geweest.
Ze werden op het einde van de jaren 1570 gebouwd in opdracht van Willem van Oranje, de burggraaf van Antwerpen, om de Scheldestad te beschermen.
Maar na de val van Antwerpen in 1585 legden beide forten meer dan twee eeuwen lang een onzichtbare ketting over onze stroom om de vrije Scheldevaart te beknotten.
Na de jammerlijke, tweede splitsing van de Nederlanden in 1830 duurde het nog tot 1839 voor de forten werden ontruimd en werden overgedragen aan het jonge België.
En pas na het afkopen van de Scheldetol in 1863 werd die Schelde terug helemaal vrij en Antwerpen eindelijk definitief een open zeehaven.
Mijn voorganger als eerste minister Charles Rogier pleitte in die tijd voor een union intime tussen het Zuiden en het Noorden.
De man, die moeilijk van enige Hollanderliefde beschuldigd kon worden, zag de administratieve scheiding niet als beletsel voor een verregaande economische eenmaking.
Zijn bewoording klinkt in onze hedendaagse oren wellicht iets te “intiem”, maar het is een enorm goede zaak dat onze beide landen economisch sindsdien steeds hechter met elkaar verweven zijn.
En dit Brabo-project is een zoveelste stap daarin.
Net op de plaats waar vroeger handel en nijverheid gefnuikt werden, opent zich een nieuwe slagader om handel en industrie te voeden.
Een slagader die ook onze beide landen verbindt.
Zo zijn en blijven wij voortrekker in Europa op het vlak van economische integratie.
En ik ben bijzonder blij dat Elia en TenneT hun samenwerking verdiepen om ook de integratie van onze energie-infrastructuur in een stroomversnelling te brengen.
In deze tijd, waarin we duidelijke, gemeenschappelijke strategische belangen hebben, is die samenwerking nuttig én noodzakelijk.
Deze federale regering is, net zoals de deelstaten, zeer bereid om daar met onze noorderburen aan verder te bouwen.
Bedankt aan Elia en TenneT om dat mee vorm te geven.
Ik dank u.