Rede - Oostende

*** Rede gehalten am 15. März 2026. Nur das gesprochene Wort gilt.***

Rede OOSTENDE

Dames en heren
Vandaag komen de Antwerp Giants naar Oostende.
De Koningin der Schelde doet dus haar blijde intrede in de Koningin der Badsteden.
Ik ben maar wat verheugd om daar bij te mogen zijn.
Geheel doordrongen van de gekende Antwerpse bescheidenheid was ik van plan om gewoon een stille kracht aan de zijlijn te zijn wanneer de Giants straks het beste van zichzelf geven tegen de Filous.
Johan Vande Lanotte vond dat ik daar echter wel een quid pro quo voor mocht leveren. 
De eerbiedwaardige minister van Staat zag zijn kans schoon om mij hier vanmiddag als amuse bouche te serveren vooraleer u aan een welverdiende driegangenmenu mag beginnen.
En dat doe ik met plezier!
Ik ben gevraagd om met deze speech twee quarters te vullen. Ik zal dat proberen zonder te veel overtredingen die uw appetijt zouden kunnen bederven. 
*
Er moet mij wel nog iets van het hart voor ik van wal steek.
Het is vandaag de vijftiende, de iden van maart, de idus martiae.
De dag waarop in het oude Rome schulden vereffend werden. 
De dag waarop Julius Caesar met 23 messteken werd vermoord.
Dat is bovendien precies 2070 jaar geleden. 
Dus toen Johan mij uitnodigde om net op deze dag voor een zaal vol notabelen van een sportieve tegenstander te komen spreken, hoorde ik toch even de doemklokken luiden.
Beware the ides of March!
Ondanks die waarschuwing ging Caesar naar de Senaat, en ik nu op uitnodiging van een socialist naar hier.
Mocht u van plan zijn mij messen in de rug te steken, dan zou ik u wel beleefd willen vragen om het einde van de match af te wachten. Dan weet ik op zijn minst nog met welke score de Giants gewonnen hebben!
*
Dames en heren
Ik wil het vandaag met u hebben over de uitdagende tijden waar wij voor staan. 
Die tijden zijn ongemeen boeiend, maar vrolijk wordt niemand ervan. Daarom koos ik als opbeurende titel: “Van machteloos naar hulpeloos: lessen voor Europa”.
Naar goede gewoonte wil ik die les beginnen met een kleine historische excursie.
Want gevoelens van machteloosheid en hulpeloosheid zijn zeker geen onbekenden in onze lange geschiedenis.
Ik wil u meenemen naar een stad die veel gemeen heeft met onze beider steden.
Zoals Oostende ligt ze aan een drukke kuststrook. Ze is helemaal doordrongen van dat maritieme karakter. En ze heeft een rijke geschiedenis. Als één van haar generaals Oostende in 1604 niet op de knieën had gekregen na een jarenlang en bloederig beleg, dan had uw stad wellicht in Nederland gelegen.
De barokke stad die we zoeken, heeft vandaag bijna exact evenveel inwoners als Antwerpen. Net als de Scheldestad is ze de thuisplaats van de oudste voetbalploeg van haar land. En ze heeft een levendige haven met een industrieel karakter. 
Charles Dickens schreef dat ze een stad met vele gezichten was: picturesque, ugly, mean, magnificent, delightful and offensive. 
Die rauwe schoonheid biedt ook een andere schrijver, Ilja Leonard Pfeijffer, oeverloos veel inspiratie.
Op het basketbalveld zullen we haar inwoners wel niet gauw tegenkomen. Basketbal heet er trouwens anders. De edele sport heet er pallacanestro. 
Kunt u de stad al raden?
Ik heb het uiteraard over … La Superba. Genua.
*
Eeuwenlang was Genua net zoals aartsrivaal Venetië een trotse republiek, tot een Franse generaal in 1797 vond dat het welletjes was geweest. 
Napoleon had zelf het levenslicht gezien op Corsica, dat pas een jaar voor zijn geboorte door de Genuezen aan Frankrijk was verkocht. 
De Genuese Republiek had echter al heel wat moeilijke wateren doorzwommen vooraleer Napoleon haar de doodsteek gaf.
Na een ongelofelijke bloei tijdens de hoge middeleeuwen boette de Genuese republiek in de 14de en 15de eeuw stevig in aan strategisch en militair overwicht in de Middellandse Zee. 
Interne verdeeldheid en aanhoudende oorlogen maakten Genua politiek en economisch erg kwetsbaar.
Gaandeweg werd ze een speelbal tussen twee sterke machtsblokken: Frankrijk en het opkomende Spanje. 
Om haar onafhankelijkheid te behouden, had de stad tegen het begin van de 15de eeuw enorme schulden gemaakt. Ze balanceerde op de rand van het bankroet.
Nu zat Genua niet verlegen om geld. 
Meer zelfs, de patricische families die haar bestuurden, waren schatrijk. 
Ze leefden op gouden bergen – de erfenis van vele jaren aan handel drijven van Noord-Afrika tot de Zwarte Zee en van Egypte tot de Noordzee.
*
Op 2 maart 1408 kwamen acht vertegenwoordigers van deze families samen in een schitterend stadspaleis dat vandaag nog dienst doet als havenhuis. 
Het achttal richtte er één van de oudste publieke banken op: de Casa di San Giorgio. 
De bank slaagde er in om de noodlijdende Genuese staatskas zuurstof te geven. Maar haar grote meerwaarde bestond erin dat ze zorgde voor een paradigmashift die zelfs door Machiavelli bewonderd werd. 
Ze verlegde de strategische belangen van de Genuezen definitief van een politiek-militaire naar een financieel-economische focus.
De Genuese rijkelui kregen namelijk al snel in de gaten dat welvaart ook kon leiden tot macht en invloed. 
In de plaats van hun zuurverdiende lires op te branden in eindeloos gekissebis met hun Italiaanse buren en in de strijd tegen de Fransen en de Spanjaarden, konden ze hun kapitaal en stevig handelsnetwerk ook gebruiken om te investeren.
Honderd jaar na de oprichting van de Casa di San Giorgio groeide Genua daardoor uit tot de grootste geldschieter van het Spaans-Habsburgse rijk. 
De Genuese geldadel kreeg meer invloed dan de Fuggers en de Welsers. 
Die families – Grimaldi, Balbi, Spinola, Doria – waren de Rockefellers en de Vanderbilts van hun tijd.
*
Toen keizer Karel zijn zoon Filips in 1549 tijdens een tour door de Lage Landen voorstelde als toekomstig vorst, deed de Genuese handelsgemeenschap in Antwerpen er alles aan om pracht en praal uit te stralen. 
Ze zorgden op de dag van zijn intrede in de stad voor de grootste triomfboog van alle “vreemde natiën” zoals dat toen nog heette. 
Met gulle hand spendeerde ze een slordige 9.000 carolusgulden. 
Een gewone arbeider moest daar honderd jaar voor werken. Het pronkstuk was zelfs groter en duurder dan dat van Filips’ eigen Spaanse gemeenschap.
Tussen 1550 en 1650 was Genua het financiële hart van Europa. 
Rubens liep er vol ontzag rond – en vele kunstenaars, diplomaten en handelaars met hem.
*
Dames en heren
Vanwaar nu deze schijnbaar willekeurige geschiedenisles over het Genua van de 16de en 17de eeuw?
Welnu: Genua koos ervoor om zichzelf heruit te vinden.
De stad probeerde niet krampachtig om haar eertijdse militaire en territoriale glorie te herstellen. 
Ze bouwde verder op haar fundamentele sterktes – haar financiële expertise en uitgebreid netwerk.
In plaats van de wereld te beheersen, beheersten de Genuezen de wereld van het krediet en wisselbrieven, van verzekeringen en kapitaalstromen.
Ze verzilverde welvaart door deze om te zetten in economische macht.
Ze ruilden imperium in voor emporium.
Die waardevolle les zouden we vandaag goed in herinnering moeten brengen.
Uiteraard is de wereld drastisch veranderd. Maar we herkennen patronen ontegensprekelijk. 
Gewrongen zitten tussen twee onaangename machtsblokken. Geopolitieke onzekerheid. Moeilijk economisch vaarwater. Internationale politieke en militaire macht die nooit meer zal worden wat ze was. 
Dat klinkt bekend in onze Europese oren.
*
Sinds het einde van de Koude Oorlog is Europa in slaap gewiegd door een langere – en in de geschiedenis betrekkelijk ongeziene - periode van vrede en welvaart.
In de jaren negentig dacht men in Europa daardoor dat heel de wereld op de knieën zou vallen voor de vele zegeningen van de liberale democratie. 
Paradoxaal genoeg verloren we enerzijds het geloof in onze eigen identiteit.
Maar anderzijds verwachtten we dat andere landen met tranen in de ogen onderdeel wilden uitmaken van de internationale rechtsorde met haar vrije handel, eerlijke concurrentie en duurzame economische groei.
Maar het onkruid tierde feitelijk welig. Schurkenstaten zoals Noord-Korea en Iran, en autoritaire regimes in Rusland, Venezuela en Cuba hielden samen met China en andere bedenkelijke landen een alternatieve orde in stand die diametraal tegenover de onze staat. 
Terwijl Europa zich moreel verheven voelde en overal met een vingertje haar eigen evangelie ging verkondigen, verwaarloosde ze haar eigen hof. 
Onderinvesteringen in defensie, strategische fragmentatie en naïviteit, trage productiviteitsgroei en groeiende afhankelijkheid op vlak van energie, technologie en veiligheid zorgden intussen dat we onopgemerkt afdreven richting irrelevantie.
De toekomst was hier aan latte-slurpende laptoptokkelaars in hippe koffiebars. 
Mensen die in een overall gaan werken, schoorstenen waar rook uitkomt, dat was vies en achterhaald. Fabrieken die verhuizen naar het oosten en kerncentrales die sluiten, dat was geen probleem. Integendeel.
De kernuitstap en de antinucleaire houding van verschillende Europese landen is een goed voorbeeld van waar dat rampzalige denken toe leidde.
Gelukkig hebben we die vreselijke beslissing hier ondertussen geschrapt. 
De Waalse klimaatwetenschapper André Berger noemde dat al de grootste vergissing van de regering-Verhofstadt. 
Maar de gevolgen slepen we nog wel even mee.
Ondertussen heeft Europa, en zeker België, een enorm probleem van betaalbare en betrouwbare energie. 
Dat verbaast ook niet. Europa is voor haar energie voor ongeveer 60% afhankelijk van andere landen. 
Na de sancties tegen Rusland importeren we dubbel zoveel LNG. Tweederde daarvan komt uit de VS. We hebben de ene afhankelijkheid gewoon voor de andere ingewisseld. 
België is binnen Europa één van de trieste koplopers. 
Maar liefst 86,8% van onze energie moeten we importeren. Enkel het kleine Luxemburg en eilandstaten Malta en Cyprus doen slechter. 
Frankrijk zit in veel betere papieren. Onze zuiderbuur is ongeveer de helft minder afhankelijk voor energie dan wij (45,1%). 
Het grote verschil? Kernenergie! 
Frankrijk heeft altijd haar geloof in kernenergie behouden, aangevuld met een gezonde mix aan hernieuwbare energiebronnen. 
Daarom was ik vorige week in Parijs, om deel te nemen aan de nucleaire top van president Macron.
*
Energie is natuurlijk maar één voorbeeld. Ook op vlak van technologische vooruitgang, de drijvende kracht om onze productiviteit te verhogen, sputtert onze motor. 
Europa slaagt er onvoldoende in om schaal te creëren en kapitaal te mobiliseren om bedrijven te laten doorgroeien en te investeren in innovatie. 
Terwijl aan de overkant van de Atlantische oceaan het ene na het andere tech-bedrijf het plafond van 1 biljoen euro marktwaarde doorbreekt, heeft Europa de voorbije vijftig jaar geen enkel volledig nieuw bedrijf voortgebracht met een marktwaarde boven de honderd miljard euro.
Ik moet die boutade iets nuanceren, want het Zweedse Spotify flirt met die grens. Maar zelfs dan nog spreken we over een marktwaarde die vele malen kleiner is dan de Amerikaanse reuzen.
*
Voor energie, technologie en defensie zijn we dus afhankelijk van de Verenigde Staten. 
Grondstoffen en industrie moeten we steeds meer in China zoeken.
En die twee reuzen laten ons vandaag voelen wat het betekent als je al te eenzijdig afhankelijk bent van hen.
In het westen wordt ons traditioneel bondgenootschap met de VS vertroebeld door protectionisme, onvoorspelbaarheid en transactioneel denken.
In het oosten duwt China met over gesubsidieerde bedrijven een oneerlijke handelspolitiek door onze strot.
Net als Genua zitten we ingeklemd tussen twee grootmachten. Dat zorgt ervoor dat onze soevereiniteit onder druk staat. 
De machteloosheid lonkt. Maar hulpeloos zijn we nog niet.
*
De Genuese les is immers dat we geen imperium nodig hebben om onze zaken op orde te krijgen en invloed uit te oefenen.
Net zoals Genua kan Europa moeilijk een klassieke supermacht worden. Dat hoeft ook helemaal niet.
Als we onze soevereiniteit willen vrijwaren en onze strategische belangen willen beschermen, dan moeten we ervoor zorgen dat we voor anderen onmisbaar worden.
We mogen daarbij niet in de val trappen van de stommiteiten van anderen te kopiëren. 
Wie verwacht dat Europa massale staatssteun zou beginnen uitdelen of de eigen markt afschermen, zal algauw een koude douche krijgen. Met welk geld zou die staatssteun bekostigd moeten worden? En hoe zouden we aan energie of grondstoffen komen?
Soevereiniteit en strategische autonomie betekent dus niet dat we imperiaal denken of een Europe First-politiek moeten nastreven. 
Wie daarvan droomt, zal door de werkelijkheid snel met beide voeten op de grond gezet worden.
Ons succes ligt beslagen in vrije handel, een open economie en eerlijke concurrentie.
Dat betekent dat we economische macht als hefboom moeten kunnen gebruiken. En dat we dus alles op alles zetten om de fundamenten van onze welvaart te versterken.
Dat betekent dat we moeten focussen op innovatie, risicocultuur moeten stimuleren en onze kapitaalmarkten moeten integreren om schaal te creëren.
Dat betekent dat we onze strategische industrie moeten beschermen tegen oneerlijke concurrentie, en dat we onze interne markt moeten vervolledigen.
Dat betekent dat we een realistisch beleid moeten voeren met haalbare doelstellingen, zuurstof creëren voor bedrijven door energiekosten onder controle te houden en door regelgeving en administratieve lasten te vereenvoudigen.
Het goede nieuws is dat ik heb gemerkt dat mijn Europese collega’s zich bewust zijn van de nood aan een stevige koerswijziging.
Vorige maand was er de Europese top in Alden-Biesen over onze industrie en competitiviteit. 
Nu donderdag staat dat onderwerp opnieuw op de agenda en bespreken we de voorstellen die de Europese Commissie de voorbije weken heeft uitgewerkt.
Ik ben een geboren pessimist en wil zeker niet te vroeg juichen, maar er zijn dus wel wat zaken in beweging gezet. 
Met die Europese mind shift komt namelijk ook een hernieuwde interesse om bepaalde lidstaten met gelijklopende belangen sneller en dieper te laten integreren. 
Dat is de zogenaamde functionele integratie. België, Nederland en Luxemburg kunnen dat zelfs op eigen kracht, want artikel 350 van het werkingsverdrag van de Europese Unie laat ons toe de eenmaking van onze markten na te streven.
De Benelux kan dus een katalysator zijn voor de rest van de Unie. Zoals ze trouwens historisch ook het voortouw nam op vlak van douaneunie en grensoverschrijdende economische samenwerking.
Ik heb recent Rob Jetten op bezoek gehad. Zijn boodschap is “Nederland is terug in Europa”. Ik denk dat we daar in de praktijk vooral ook een “the Benelux is back”-verhaal van moeten maken. 
Onze strategische belangen zijn zo gelijkaardig dat we gewoon niet anders kunnen.
*
Dames en heren
Zoals Genua de financiële ruggengraat van Europa werd, zo kan Europa vandaag de onmisbare economische partner worden voor de rest van de wereld.
Daarbij kan Europa een aantrekkelijke speler worden voor derde landen die ook gewrongen zitten tussen de twee grote blokken. 
Mark Carney zei dat heel treffend in Davos: de middle powers moeten elkaar opzoeken en versterken.
Denk aan Canada, Australië, de Mercosur- en ASEAN-landen, de Afrikaanse Unie of India – een land waar ik niet toevallig binnenkort naartoe reis.
Die middle powers hebben behoefte aan stabiele, betrouwbare partnerschappen. 
Europa, met haar interessante markt en stevige spaarpotten, is daar uitstekend toe geschikt.
Door onze economische aantrekkingskracht om te zetten in geopolitiek gewicht kunnen we allemaal winnen. 
*
Ik wil tot slot een oproep doen aan u allemaal. 
Europa hoeft geen imperium te zijn om invloed te hebben.
Maar het moet wel opnieuw leren geloven in zijn eigen identiteit en zijn eigen kracht.
En die kracht begint bij mensen zoals u.
In deze zaal zitten veel ondernemers en zelfstandigen. Veel gedreven mensen. 
Mensen met een grote verantwoordelijkheidszin dus, die behoren tot een groep die “meer plichten dan rechten heeft”, in de woorden van de gelauwerde ondernemer Piet Van Waeyenberge.
Ondernemers worden in dit land en eigenlijk in heel dit continent nog te vaak met argusogen bekeken. 
In Amerika gelooft men dat succes aanstekelijk is en leidt tot meer succes.
In Europa gedraagt men zich soms alsof succes een besmettelijke ziekte is.
Die cultuur moet om. 
Vertel dus met trots uw eigen verhaal. Wakker het vuur mee aan.
Want onze bedrijven en harde werkers verdienen respect.
Respect dat ik altijd zal betuigen.
En u mag op mij vertrouwen om ons algemeen belang te verdedigen. Om ervoor te zorgen dat we niet langer machteloos staan in de wereld.
Ik wens u smakelijk eten.
En moge straks de beste winnen. Zoals het in basket trouwens altijd gebeurt.
Ik dank u.