Rede- UNIZO Momentum

***Rede gehalten am 15.09.2026***

 

Geachte voorzitter,

Geachte ere-voorzitter – gefeliciteerd met uw welverdiende ereteken, Peter,

Beste collega’s hier aanwezig,

Beste ondernemers,

Hartelijk dank om mij het slotwoord te bieden van deze avond. 

De komende weken heb ik mijn agenda zoveel mogelijk gevrijwaard van publieke optredens. In tijden als deze geldt de wijsheid: spreken is zilver, zwijgen is goud. 

Voor deze avond maak ik graag een uitzondering. Sowieso had ik mijn komst al maanden geleden toegezegd (unizo is een vooruitziende organisatie en engageerde mij toen ik nog bruiste van optimisme over de timing van het begrotingswerk; lang geleden dus). Maar belangrijker dan dat, is dat deze avond in het teken staat van een doel waar ik sterk in geloof: met name de promotie van ondernemerschap in Vlaanderen en daarbuiten. Daar voel ik mij nauw mee verbonden als zoon van ouders die een familiale, kleine onderneming hebben uitgebaat. Ik ben opgegroeid in een dagbladhandel/buurtwinkel, ik heb gezien wat het vergt om zo’n onderneming draaiende te houden in een samenleving/markt die voortdurend verandert. 

Echter, ik zal vanavond sterk op mijn woorden moeten letten. Ik zag op het podium al enkele bekende journalistieke gezichten passeren. Ongetwijfeld zullen zij elke zin die ik uitspreek beoordelen op eventuele nieuwswaarde en het is mijn ambitie om hen met lege handen op pad te sturen. Zo gaat dat nu eenmaal wanneer een regering in volle negotiatie is.

Negotiatie is overigens een boeiend woord. Zoals de meeste interessante woorden in onze taal hebben we het te danken aan de Romeinen. 

Het komt van het Latijnse negotium: een samentrekking van nec ("niet") en otium ("rust" of "vrije tijd"). Letterlijk betekent het dus: geen rust. In de politieke onderhandelingen in dit land zet men dat letterlijk in de praktijk. Negociëren gaat naar slechte gewoonte gepaard met slapeloze nachten ten einde akkoorden te kunnen sluiten, even traditioneel blijken de sluitstukken daarna door iedereen wat anders begrepen te worden en valt er na een hoop trammelant ook nog een al te  stinkende kameel uit de teksten dood neer. Tijdens mijn allereerste Europese Raad pochte een collega dat men tijdens de vorige onderhandelingen voor het Europese meerjarenbudget maar liefst vijf volle dagen en nachten had doorgewerkt in Brussel. Ik antwoordde daarop: five days and nights of negociating, here that is called a free weekend.

Hoedanook, het punt dat ik eigenlijk wil maken, is dat de Romeinen het woord niet gebruikten in de betekenis die wij er vandaag aan geven: de betekenis van "onderhandelen", laat staan van nachtjes doordoen zonder rust. Negotium stond veeleer voor ondernemen, handelen, werken, constructief bezig zijn.

Een van mijn favoriete stoïcijnse filosofen, Seneca, schreef op het einde van zijn leven een werk getiteld De Otio. Over rust. Daarin beschrijft hij hoe otium en negotium elkaar aanvullen en samen ten dienste horen te staan van het algemeen belang. Hij schrijft: Hoc nempe ab homine exigitur, ut prosit hominibus. Vrij vertaald: van een mens wordt verwacht dat hij van nut is voor zijn medemensen. 

Cicero had daar een variant op die ik retorisch nog sterker vind: non nobis solum nati sumus ortusque nostri partem patria vindicat, partem amici. We zijn niet alleen voor onszelf geboren; ons vaderland en onze vrienden hebben een aandeel in ons.

Het is een antieke gedachte die we in ons eerder individualistisch tijdperk niet vaak meer horen. 

Maar persoonlijk geloof ik nog altijd heilig in die wijsheid: wie daartoe de mogelijkheid heeft, draagt de verantwoordelijkheid om zich nuttig te maken voor de gemeenschap.

Versta mij niet verkeerd: otium is belangrijk. Negotium zonder otium maakt een mens rusteloos. Maar otium zonder negotium maakt hem nutteloos. Voor het goede leven heb je beide nodig. Niet iedereen heeft beide in gelijke mate in zich. U bent allen veel meer gedreven door negotium dan door otium, en misschien is dat een lot waar u zelf wel eens op sakkert. Dan fluistert dat duiveltje op uw schouder u de vraag in het oor waarom u het eigenlijk allemaal doet, waarom u zo hard werkt en zoveel afdraagt, terwijl anderen er de kantjes aflopen. Maar u doet verder, want uiteindelijk wordt u gedreven door de woorden van Cicero. Ik heb dat thuis gezien, ik zie dat hier vanavond.

En het is precies waarom ik altijd veel respect en waardering heb gehad voor mensen die ondernemen. Want wie onderneemt, geeft niet alleen richting en betekenis aan zijn eigen leven, maar hij/zij creëert ook kansen en vooruitgang voor anderen. Uw onderneming is een tandwiel, en uw werk is de smeerolie; samen doen jullie de machine van onze samenleving draaien.

*

De drie thema’s die vandaag aan bod kwamen hebben duidelijk die doelstelling: de machine draaiende houden. Ze wijzen domeinen aan waar werk aan de winkel is als we ondernemerschap in Vlaanderen willen laten bloeien. En dat is in het algemeen belang.

Het eerste gesprek, over het imago van ondernemers, deed mij denken aan mijn geschiedenislessen van weleer. Daarin kregen we cartoons te zien uit communistische regimes waarin zakenmensen werden afgebeeld als de belichaming van het kwaad: gebogen over een wereldbol. 

De werkelijkheid is natuurlijk heel anders. De meeste ondernemers verdienen eerder afgebeeld te worden als de mythologische figuur Atlas. Ze kijken niet neer op de wereld met malafide intenties. Integendeel: ze torsen de aardbol op hun schouders.

De enorme welvaart die we sinds de Tweede Wereldoorlog hebben opgebouwd, heeft helaas ook een attitude-probleem opgeleverd: met name dat het behoud van onze welvaart, en de herverdeling daarvan, iets vanzelfsprekend lijkt geworden. Velen lijken vergeten hoe en dankzij wie onze rijkdom er is gekomen en dat die alles behalve vanzelfsprekend is. 

Het maakt dat varianten op de karikaturen van begin vorige eeuw opnieuw de kop opsteken. En dat is echt niet onschuldig.

Mede daarom bracht ik begin dit jaar een boek uit over onze welvaartsstaat. Het was in zekere zin een noodoproep. We moeten opnieuw beseffen waar onze welvaart, en dus ook ons welzijn, vandaan komt: uit innovatie, uit keihard werken, uit ondernemerschap en uit de moed om risico's te nemen. Het zijn zaken die we als samenleving moeten waarderen in plaats van wantrouwen.

Ook in deze moeilijke budgettaire tijden trachten we dat maximaal te vertalen naar het federale beleid. Met lagere loonlasten, minder regeldruk, meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt, een sociale zekerheid die niet langer arbeidspotentieel uit onze economie zuigt en een verstandig energiebeleid dat inzet op voldoende en betaalbaar aanbod. Ik weet het: de weg is nog land, maar er wordt aan getimmerd.

*

Een tweede thema waar het vanavond over ging: het belang van een gelijk speelveld. Het kan moeilijk actueler of pertinenter.

In het Westen zien we tariefmuren verrijzen. Vanuit het Oosten zien we een systematische ondermijning van de internationale handelsregels. 

De gevolgen zijn navenant: een vijandige, doelbewuste uitholling van ons industrieel vermogen en een massale dumping van goedkope producten die onze markt verstoren. 

Mijn standpunt over deze kwesties is genoegzaam bekend. Federaal nemen we maatregelen om de schade te beperken. Maar we kunnen deze strijd pas effectief aangaan als Europa zijn schaal echt en assertief gaat benutten. Om groeikansen te creëren in Europa zelf en onze onderneming af te schermen van protectionisme en oneerlijke praktijken elders.

Dat zal opnieuw een centraal thema worden op de Europese Raad van oktober. We bewegen in de juiste richting, maar wat mij betreft veel te traag. Een quantumsprong naar de One Market moet er komen in Europa. Het is een kwestie van moed en het is een kwestie van moeten, wat mij betreft. Het is frustrerend dat een Europese Raad soms wat lijkt op een Entmoet, de vergadering van bomen uit Lord of the Rings: eindeloos praten en slechts beperkte vooruitgang. Maar dat mag ons niet doen versagen, we moeten vooruit.

*

Dat brengt mij naadloos bij het laatste thema dat deze avond aan bod kwam: realiteitszin.

Uiteraard onderschrijf ik alles wat daarover vandaag gezegd is. 

Maar laat mij er nog een harde realiteit aan toevoegen waarmee mijn regering de komende weken aan de slag moet: een overheid kan niet onbeperkt schulden blijven opstapelen.

Vroeg of laat betaalt iemand daarvoor de prijs, en het zal niet laat zijn: we beleven het moment waarop het slecht beheer van het verleden ons inhaalt, en dat in geo-economische omstandigheden die gitzwart ogen voor heel Europa. De onzekerheid treft eerst en vooral onze ondernemers, die bij uitstek nood hebben aan een stabiele en voorspelbare omgeving. 

Een steeds groter deel van de overheidsmiddelen vloeit naar rentelasten. Geld dat niet meer kan worden geïnvesteerd in veiligheid, infrastructuur, onderwijs of innovatie. Geld dat vervolgens elders moet worden gezocht. En sommigen kijken dan zonder schroom en  steevast naar dezelfde mensen: naar zij die onze welvaart creëren. Naar jullie.

Ik beschouw het als mijn missie om dit land weg te leiden van het pad van stijgende schulden en oplopende rentelasten. Om ons opnieuw op een pad te zetten van gezonde overheidsfinanciën, om opnieuw ruimte te maken voor investeringen en lastenverlagingen die ons allemaal ten goede komen.

Cicero wist het al: Magnum vectigal sit parsimonia. Zuinigheid is een grote bron van inkomsten. Dat behoeft in een zaal vol ondernemers geen verdere duiding. Jullie worden elke dag geconfronteerd met de realiteit van een boekhouding, 

Jullie weten dan ook als geen ander dat rode cijfers wegwerken soms doortastende keuzes vergt. De komende weken zal dat voor mijn regering niet anders zijn. U weet dat ik een compromis moet bereiken met 5 partijen, en u weet dat mislukken eigenlijk geen optie is. Een mens zou van minder wat zenuwachtig worden.

Weet daarom dat ik er ten volle van doordrongen ben dat de noodzakelijke budgettaire inspanningen de motor van onze welvaart niet mogen doen sputteren. De tandwielen moeten blijven draaien. De smeerolie moet blijven vloeien.

Wanneer onze ondernemers vooruitgaan, gaat onze hele samenleving vooruit. A rising tide lifts all boats. Dat moeten we altijd voor ogen houden.

Deze avond heeft mij daarin opnieuw gesterkt. Mijn dank daarvoor aan de organisatie. En mijn oprechte dank aan UNIZO, dat steeds opnieuw een constructieve partner is in het zoeken naar oplossingen om onze samenleving beter te maken. 

Ik hoop u de volgende keer terug te zien met gezondere overheidsfinanciën, meer perspectief op groei en een sterkere basis voor onze toekomstige welvaart.

Ik dank u.